2007 | Ons Duitse zusterbedrijf SIEDLE Warmpressteile neemt de galvanische fabriek over van Grohe AG.
2006 | De locatie Herzberg wordt door Grohe AG gesloten.
2004 | Grohe AG wordt overgenomen door Texas Pacific Group (TPG) en Credit Suisse First Boston Private Equity.
1999 | Friedrich Grohe AG wordt overgenomen door BC-Partner.
1998 | De overzichtelijke structuur, de felixibiliteit van de productie alsmede de betrouwbaarheid zijn voor Friedrich Grohe AG argumenten om de locatie Herzberg tot GROHEART Kompetenzzentrum uit te bouwen. In dit kader wordt vanaf 1999 een R&D afdeling opgebouwd.
1997 | In dit jaar start de productie van zgn. "Einhandmischbatterien".
1996 | De productie van de Kunststofdelen wordt geheel gestaakt.
1994 | De „Herzberger Armaturen GmbH“ heeft zich tot een gerenommeerde en concurrerende fabriek binnen de GROHE-Groep ontwikkeld. Het personeel realiseert een omzetniveau van meer dan 80 miljoen DM. De waarde stijgt naar bijna 50 miljoen DM.
1993 | Het nieuw gebouwde "Technikum" wordt onthuld. De oude fabriekskantine die omstreeks 1950 in gebruik werd genomen wordt gerenoveerd. Het bedrijf telt dit jaar 298 personeelsleden.
1992 | Op 15 februari wordt de nieuwe Galvanik ingewijd, in aanwezigheid van Brandenburgs Ministerpresident Dr. Manfred Stolpe. Op dat moment herbergt de fabriek de modernste Galvanik van heel Europa.
1991 | De firma wordt op 1 januari compleet overgenomen door „Friedriche Grohe GmbH & Co.“ . Om concurrerend te kunnen zijn, wordt het personeelsbestand afgebouwd tot 260 medewerkers. Er wordt een gieterij opgbouwd, en de draaierij ontvangt CNC-machines.
1990 | Onder de naam „Herzberger Armaturen GmbH“ tracht de directie d.m.v.een nieuw assortiment van messingproducten voor keuken en bad een betere afzet te genereren. Maar zonder een sterke partner lukt dat niet. Die partner wordt uiteindelijk in „Friedrich Grohe GmbH & Co.” gevonden.
1989 | Ten tijde van de Duitse eenwording is de Firma met 569 personeelsleden zo goed als failliet. De markt voor kunststof armaturen is plotseling ingestort.
1971 | een grote brand in de spuitgiet-afdeling verwoest de complete hal met de spuitgietautomaten, die voor de productie van de kunststof armaturen nodig zijn.
1964 | Reeds 74% van de geproduceerde armaturen worden uit kunststof vervaardigd.
1955 | Een door de staat uitgevaardigd verbod op het verbruik van nonferro-metalen dwingt het bedrijf om het productportfolio met kunststof armaturen uit te breiden. De grondstof kunststof is in grote hoeveelheden beschikbaar en is goedkoop. Op deze wijze kan worden voldaan aan de grote vraag naar sanitaire armaturen die het gevolg is van het woningbouwprogramma van de voormalige DDR.
1948 | Met de plaatsing onder de VVB (Vereinigung Volkeigener Betriebe) krijgt het bedrijf de naam „VEB Sanar Armaturenfabrik Herzberg/Elster”. Het machinepark kan langzaam worden uitgebreid. In 1948 telt het bedrijf al weer 93 arbeidskrachten.
1946 | De wederopbouw van de productie-installaties kan beginnen, er worden wederom sanitaire armaturen uit messing vervaardigd. Op bevel van het Russische militaire bewind wordt het bedrijf volkseigendom en krijgt het de naam „Industrie-Werke Sachsen-Anhalt”.
1945 | Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de confrontatie tussen de Amerikaanse en Russische troepen op 25 april in Torgau betekenen het einde van de Firma Marx und Moschütz. Het bedrijf wordt volledig ontmanteld. Doordat het aan materiaal, en ook aan alle noodzakelijke machines ontbreekt, brengen de medewerkers eigen gereedschap van thuis mee om te kunnen produceren.
1930 | Nadat een Commanditaire Vennootschap is opgericht, bestaat het productie-assortiment vanaf 1935 voor een derde deel uit producten t.b.v. bewapening.
1927 | Na de Eerste Wereldoorlog en de valutahervorming van 1924 stabiliseert de business weer. Er worden dependances geopend in Hannover, Leipzig en in Torgau.
1900 | Jaar van de oprichting van de gieterij en de armaturenfabriek door Carl Marx en Otto Moschütz op 18 april in Herzberg. Vanaf 1905 zet de positieve ontwikkeling door onder leiding van Wilhelm Marx als enige aandeelhouder. Zo telt het bedrijf in 1906 reeds 130 medewerkers. Er worden in hoofdzaak armaturen ten behoeve van water, gas en stoom geproduceerd.